Ridderbos se voorlegging aan die Kuratorium ivm Jonker

Ridderbos se voorlegging aan die Kuratorium van Theologische Hoogeschool in sake die aanbeveling om Jonker as hoogleraar in die Amptelike Vakke te benoem

27 Augustus 1967

Aanbeveling

Aan het College van Curatoren van de Theol. H. S. in zake voordracht ter vervulling van de a.s. [aanstaande] vac. [vacature] van prof. dr. J T Bakker, als hoogleraar in de ambtelijke vakken.

Na uitvoerig en langdurig beraad, waarin allerlei mogelijkheden zijn overwogen, is het college van hoogleraren ten slotte unaniem tot het besluit gekomen om bij u aan te bevelen als hoogleraar in de ambtelijke vakken Dr Willem Daniel Jonker predikant van de Nederduits-Gereformeerde Kerk van Johannesburg-Oos, Transvaal, Zuid-Africa.
Dat de keuze, wij mogen wel zeggen, bij exceptie op een buitenlander viel en niet op een Nederlandse theoloog, vindt niet alleen zijn reden in het feit, dat het zeer moeilijk bleek met een algemeen aanvaarbare en voor alle betreffende vakken geschikte en beschikbare candiaat uit Nederland te komen, maar niet minder daarom, dat, toen eenmaal het oog op dr. Jonker was gevallen, zijn aanbeveling voor de meesten onzer, ook om positieve redenen bijzonder gemotiveerd scheen.
Dr. Jonker, wiens curriculum vitae in bijzonderheden hier nevens gaat, is een Geref. Theoloog, die in Zuid-Africa hoog staat aan geschreven, niet alleen in de Neder. Geref. Kerk, maar, zoals ons informatie bleek, ook in die Gereformeerde (“Dopper” ) Kerk van Zuid-Africa.  “Er zou in de N.G. Kerk niemand zijn die ons nader staat en meer achting bij ons geniet dan Dr Jonker”, melde ons een van de hoogleraren te Potchefstroom.  Dr Jonker, die 38 jaar oud is, is oorspronkelijk dogmaticus van professie.  Hij promoveerde aan de V.U. onder professor Berkouwer, cum laude op een dissertatie, Mistieke Liggaam en Kerk in die Nuwe Rooms-Katolieke Kerk Theologie, Kampen 1955.  Hij heeft zich in voortgaande studie echter op allerlei terrein bewogen, practisch zowel als theoretisch, zoals uit zijn lijst van publicatien blijkt.[1]  Al spoedig na zijn promotie werd hij in Z. Africa tot allerlei wetenschappelijke arbeid geroepen.  Als predikant van Johannesburg treedt hij in Nov 1957 op als part-time docent in de systematische theologie van de Universiteit van Zuid-Africa en ontving hij ook de benoeming als lid van de theologische faculteit van deze Universiteit. Hij is voorts een zgn. externe examinator in de theologie van deze Universiteit.  In 1958 heeft hij gedurende een semester de colleges van prof du Preez waargenomen aan de Universiteit te Pretoria.  Gedurende het jaar 1959 gaf hij in de plaats van prof de Klerk de colleges in Bybelkunde aan de Universiteit te Potchefstroom.  Sinds 1960 is hij door de Synode van Transvaal benoemd als examinator in de dogmatiek;  gedurende 1961-63 was hij scriba van heel de examinatoren-commissie, met grote bevoegdheden.  Verder trad hij sinds 1958 op als studentenpredikant van de Universiteit te Potchefstroom.  Het universitaire leven is hem dus aan alle zijden bekend en vertrouwd.
Dit alles vond een zekere bekoring in zijn benoeming tot hoogleraar van de Universiteit van Zuid-Africa met als leeropdracht: Kerk- en dogmageschiedenis, kerkrecht en Godsdienstwetenschap.  Dr Jonker heeft deze benoeming aanvaard met een rede over het onderwerp om die regering van Christus in Sy Kerk, een specimen van een principieel, op de actuele vragen ingaand, gereformeerd kerkrechtelijk betoog.  Bij ontstentenis van een hoogleraar in de ambtelijke vakken werd aan dr. Jonker ook de zorg voor de promotie in deze vakken toevertrouwd, tot dat een afzonderlijke hoogleraar voor deze vakken benoemd zou worden; voor ons college een duidelijke indicatie, dat men dr. Jonker ook in Z. Africa voor de ambtelijke vakken geschikt acht.
Het feit echter, dat de Universiteit van Zuid-Africa geen residentiële universiteit is, maar slechts via correspondentie studenten opleidt is door dr. Jonker spoedig als een groot probleem aangevoeld en heeft hem doen besluiten weer het predikante ambt te aanvaarden.  Zelf schrijft hij op onze navraag daarover als volgt: “Die kontak met studente op ‘n lewende vlak is geweldig deur my gemis.  Buitendien het die kerkelike toestande meegebring, dat die professoraat in 1966 weer ingeruil is vir dit predikantsamp”.  Wel zet Dr Jonker nog bepaalde werkzaamheden van zijn voormalig professoraat voort.  Zo wil hij eerstdaags nog als promotor optreden van een promovendus die een dissertatie heeft geschreven over de opvattingen van de kinderdoop bij Augustinus.
Zoals uit de aangehaalde woorden van dr. Jonker reeds blijkt, is hij ook erg nauw betrokken bij de tegenwoordige ontwikkeling van het kerkelijk leven in Z. Africa.  Al spoedig heeft dr. Jonker daarin een leidende positie ingenomen.  In 1958 was hij lid van de Gereformeerde  Oecum. Synode van Potchefstroom.  Van 1959-1965 heeft hij dienst aanvaard als actuaris van de Transvaalse Synode.  In die functie heeft hij veel kerkrechtelijke adviezen moeten geven.  Hij was lid van de Alg. Synode in 1962 en, behalve lid van vele deputaat schappen, ook scriba van de kommissie vir Leer en Protestantse Aksie van die Algemene Synode.
Verder is Dr Jonker nauw betrokken bij het rassenvraagstuk in Z. Africa.  Hij neemt daarin een uitgesproken critisch standpunt in.  Hij was in 1963 een van de 26, die een bezwaarschrift hebben ondertekend tegen het al te zeer van banden leggen van de critiek tegen Sinodale (sic) besluiten in dit opzicht.  Ook heeft hij met 7 andere theologen de open brief geschreven:” Verwarring – Opheldering noodsaaklik”, waarin de kerkelijke situatie critisch word geanalyseerd als beheert door de politiek.  Een moedig, principieel en kerkelijk getuigen.
Dit staan in de volle kerkelijke practijk met al de grote spanningen, die zich daar in Z. Africa voordoen, hebben dr. Jonker enerzijds genoopt tot een steeds fundamentele positie bepaling t.o.v. de Kerk, haar wezen en roeping, haar tucht, zoals uit recente publicaties blijkt, anderzijds hem tot een man gemaakt, die de nauwe band tussen theologie en leven op allerlei wijze heeft leren verstaan en die mede dáárom ook zeer geschikt lijkt om de ambtelijke vakken te doceren.  Weliswaar heeft dr. Jonker zich theoretisch met deze vakken nog weinig opzettelijk beziggehouden.  Wel is hij echter een voortreffelijke prediker, die van 1955 af, het jaar van zijn terugkeer uit Nederland, steeds weer geroepen is tot predikant in de verschillende stadsdelen van Johannesburg.  Zijn aanleg in grote theologische eruditie zullen hem in staat stellen spoedig de achterstand in te halen.
Er kan aan toegevoegd worden, dat de Kampen Hogeschool met de benoeming van systematisch – dogmatische theologe tot hoogleraar in de ambtelijke vakken steeds bijzonder goede ervaringen heeft gehad waar de namen Hoekstra – Dijk – Bakker in herinnering mogen roepen.  En eindelijk meent het college in dr. Jonker een figuur te hebben gevonden aan wie men, vanwege de veelzijdigheid van zijn belandstelling, zijn grote kerkelijke en universitaire ervaring en rijpheid van oordeel, gaarne de leiding toevertrouwd in die vakken, waarbij het verband tussen theologie en kerkelijk en geestelijk leven wel een bijzonder grote rol speelt.
Men kan zich afvragen of dr. Jonker, die op zijn 38ste jaar reeds zulk een staat van dienst in de Zuid-Afrikaanse kerk heeft opgebouwd, nog kan worden “overgeplant” en wel zal passen in onze hedendaagse gereformeerde, ook in onze Europese situatie.  Ook is de vraag wel bij ons opgekomen, of wij hem dan daar wel zouden mogen “weghalen”, gezien ook de belangrijke plaats, die hij in de strijd om het rassenprobleem inneemt.
Wat het eerste aangaat, dr. Jonker heeft niet alleen een grote Zuid-Africaanse ervaring, hij is ook in bijzondere mate van de Europese situatie op de hoogte en – men mag zeggen – daarin georiënteerd.  Niet alleen heeft hij in de jaren 1952-55 aan de Vrije Universiteit gestudeerd, in die jaren ook nog colleges gelopen in Bazel en in Nijmegen en arbeid verricht bij de Wereldomroep in Hilversum, maar reeds in 1960, 5 jaar later dus, was hij opnieuw in Europa met een studiereis, gedurende welke hij onder meer de Universiteiten van Tübingen en Edinburgh bezocht, als ook met de Gereformeerden te Elberfeld in contact was.  Ook van hetgeen in onze eigen kerken aan de orde is, is hij voortreffelijk op de hoogte.  Het College is daarom van  oordeel, dat het “geestelijk klimaat” geen enkele moeilijkheid zal opleveren en zal iemand, die in het kosmopolitische Johannesburg meer dan 10 jaar de geestelijke worsteling van onze tijd mee heeft doorleeft niet te eenzijdig georiënteerd of te geborneerd geacht mag worden om de studenten in Kampen geestelijke en kerkelijke leiding te geven.  En uiteindelijk de vraag dan laat, of wij hem uit Africa weg “mogen” halen, het college heeft zich ook daarop bezinnen, maar is nou van mening dat de vraag of dr. Jonker ginds al dan niet onmisbaar is niet hier, maar ginds beantwoord moet worden; en voorts is, bij voorlopig overleg t.o.v. dit punt, zowel met de betrokkene zelf als met andere figuren in Z. Africa op wier oordeel men prijs mag stellen, niet gebleken dat hier een volstrekte verhindering zou liggen, zij het ook, dat deze zaak na een benoeming ongetwijfeld gewicht in de schaal zal leggen.
Wat nog het probleem van de taal betreft, hier in houwen op het eerste gezicht een zeker bezwaar zien.  Uit dit oogpunt is het echter interessant mede te delen, dat dr. Jonker tijdens zijn vooropleiding aan de Universiteit van Pretoria speciaal het vak Africaans-Nederlands heeft bestudeerd en in de jaren 1949/50 zelfs daarin onderwijs heeft gegeven aan de Universiteit van Pretoria.
Wat eindelijk het persoonlijke aangaat: dr. Jonker geniet de reputatie van een man, die in de persoonlijke omgang een bijzonder opbouwend mens is.  Hij is een beschaaft en aantrekkelijk mens, hij is, zoals wij uit een eerste contact reeds konden opmerken, ook een bijzonder serieus mens die in de moeilijke beslissing, waarvoor een ev(entuele) benoeming hem zou stellen, zich onderworpen weet van hetgeen God van hem vraagt en zich diep afhankelijk gevoelt van de leiding van zijn Geest.
Alles samenvattende en overziende is het college van oordeel, dat de benoeming van dr. Jonker een niet geringe verrijking zou betekenen voor onze Hogeschool.  In het feit, dat hij een lid is van onze buitenlandse zuster kerken, ligt voor ons besef, behalve een zeker bezwaar, ook iets zeer aantrekkelijks en van verwijding van de horizon, een zeer gewenste trait d’union met de Z Africaanse kerken die in allerlei opzicht heilzaam kan zijn, ook een aantrekkingspunt voor studenten uit deze wereld.
Het zijn echter bovenal de qualiteiten van dr. Jonker zelf en zijn geschiktheid om de vrijgekomen leerstoel te bezetten, die het college niet alleen met vrijmoedigheid, maar ook met een zekere enthousiasme tot deze aanbevelen hebben gebracht.  Het hoopt daarom van harte, dat zij én bij én bij de Synode een weerklank mag vinden, die even eenstemmig is als zij bij dezen wordt uitgebracht.

Voor het college v.n.
Kampen, Aug 1967.

[1] Doorgehaalt:  “Zeker mede op grond van zijn veelzijdige aanleg werd hem in 1965 een professoraat aangeboden door de Universiteit van Zuid-Africa met leeropdracht kerk- en dogmageschiedenis, Kerkrecht en Godsdienstwetenschap.  Dr Jonker heeft deze benoeming destijds aanvaard en een inaugurele rede gehouden over het onderwerp Over de regering van Christus in sy Kerk, wat als een specimen van een principieel en op de actuele vragen ingaand Gereformeerd Kerkrechtelijk betoog mag gelden.  Bij ontstentenis van een hoogleraar in de amptelijke vakken werd aan dr Jonker ook de zorg van de promoties in deze vakken toevertrouwd totdat er een afzonderlijke hoogleraar in deze vakken benoemd zou worden zoals uit de lijst van zijn publicaties blijkt.”